Edwins Duivenpraat #25

02 januari 2026

Edwin Timmerman is al 25 jaar een vertrouwd gezicht bij De Groot, waar hij zijn passie voor de duivensport combineert met zijn dagelijkse werk. Als ervaren duivenmelker heeft Edwin in de loop der jaren veel kennis opgedaan over alles wat met duiven te maken heeft. Wekelijks staat hij klaar om duivenliefhebbers te adviseren, hun vragen te beantwoorden en zijn expertise te delen.

Beste lezers,

Allereerst de beste wensen voor het nieuwe jaar! Nu we in 2026 zijn beland, kan de focus weer op het komende vliegseizoen. Bij mij is er nog enige twijfel hoe ik de vliegduiven naar het vluchtseizoen ga brengen. Vorig jaar zijn de vliegduiven op doodbroeden op weduwschap gezet; op zich is dit goed bevallen. Voor mij zijn de ééndaagse en de latere midfondvluchten het belangrijkst. Deze manier van op “weduwschap zetten” heeft een paar grote voordelen. De duiven gooien hun eerste pen pas begin juni en de vorm komt er op de voor mij belangrijke vluchten.

Het grote nadeel is toch wel dat ik geen jongen van de vliegers heb. Zo heb ik van mijn beste vliegers na drie jaar geen enkel jong uitgeprobeerd. Daarom denk ik erover na om de vliegduiven de tweede week van april op weduwschap te zetten op een groot jong. Wordt vervolgd.

Nog een paar dagen en dan komen bij mij de eerste jongen uit het ei. Je hebt er alles aan gedaan, maar het blijft spannend hoe ze opkomen. Elk jaar krijg ik hier in de winkel berichten van massale sterfte bij de jongen, een paar dagen na het uitkomen. Het lijkt je zomaar te kunnen treffen, want het zijn ook wel eens bekende namen waar ik het van hoor, en die hebben er echt alles aan gedaan om hun duiven goed voorbereid aan de kweek te laten beginnen.

Dierenarts Robert Kasperink is langs geweest om de vliegduiven te enten tegen PMV en heeft een mestmonster meegenomen voor een groot onderzoek. Hij vond de duiven er prima uitzien; dat zag ik zelf ook wel, maar als er dan nog een bevestiging van de man met de “witte jas” komt, dan doet dat je toch goed.

Wat mij dit jaar opvalt, is dat de vliegers hun laatste pen bijna of helemaal hebben ingegroeid. Dat is bij mij wel eens anders geweest. Normaal hebben we de derde week van december een clubtentoonstelling en dan heb je de duiven wat vaker in de hand. Dan zag ik regelmatig vliegers die hun laatste pen net hadden gegooid. Waarom dat het dit jaar sneller is gegaan weet ik niet zeker; dan ga je nadenken over wat ik anders heb gedaan. Een oorzaak kan zijn dat ik in de maand november iets heb bijgelicht om toch twee keer te kunnen blijven voeren als het ’s avonds te vroeg donker werd. Voor de duidelijkheid: sinds december zijn de lampen uit en voer ik één keer daags.

Op de winkelvloer
Nieuwe klanten heb je nodig, want er stoppen wel liefhebbers en sommigen raak je kwijt aan collega-winkeliers. Gelukkig hebben we de laatste maanden niet te klagen over nieuwe aanvragen. Waar het aan ligt dat ze ineens aankloppen weet ik niet, maar een groot voordeel is ons brede assortiment en onze bezorgservice. Adverteren doen we bijna niet, dus de meeste reclame gaat via mond-tot-mondreclame. Dat betekent dat we tevreden klanten proberen te krijgen en te houden.

We doen er alles aan om onze service op een hoog peil te houden of nog te verbeteren. Een foutje is menselijk en we weten als geen ander dat dat bij ons ook wel eens gebeurt, maar we proberen altijd een passende oplossing te vinden met de klant.

Een grote uitdaging voor 2026 is om door de grote vraag alles op voorraad te houden. Onze magazijnen zitten vol en de rek is er voorlopig uit. Voor een liefhebber is het erg balen als iets niet op voorraad is; velen van jullie komen ook van iets verder weg rijden, dus dat is heel begrijpelijk. Onze aandacht zal dan ook vooral hiernaar uitgaan.